Chris Kouwenhoven


Warmte en zonne-expositie


Zonnebrand wordt veroorzaakt door UV-licht m.n. UV-B stralen van 280 tot 315 nm. Daarbij ontstaat roodheid, zwelling, pijn en soms blaasjes. Na de vierde dag vindt afschilfering en verlies van de bruine kleur plaats. Door gebruik van medicamenten zoals de pil en sommige cosmetica, kan het zich eerder voordoen. Ook tijdens zwangerschap, bij ouderen en bij te weinig drinken kan zonnebrand zich eerder voordoen. Sommigen kleuren al rood bij geringe zonne-expositie; ze hebben een lichtovergevoeligheid, soms veroorzaakt door een echte zonneallergie. Behandel zonnebrand met zonnebrandolie, een pijnstiller en eventueel een zalfje met corticosteroïden. Preventie van zonnebrand vindt plaats door de duur van de blootstelling aan het zonlicht geleidelijk op te bouwen (gewenningstherapie), beschermende kleding te dragen, voldoende te drinken en met behulp van crèmes of emulsies met beschermende substanties (sunscreens), die zowel UVB als UVA filteren. Het beschermend effect van "zonnebanken" is slechts matig ondanks de bruining. De warmte die tijdens de inspanning vrijkomt, leidt tot lichaamstemperatuurstijging. Daardoor wordt de hypothalamus in de hersenen geprikkeld, hetgeen leidt tot een stimulans naar de zweetklieren om meer zweet te produceren. Ook stresshormonen en adrenaline spelen daarbij een rol. De zweetproductie kan oplopen tot 2 tot 3 liter per uur. Zweet is minder geconcentreerd, t.o.v. plasma, zodat aanvulling puur met water centraal staat. Toevoeging van zout (natrium) en koolhydraat gaat het snelle vochtverlies tegen en bevorderen de vochtopname in de darm. Als het vochtverlies onvoldoende wordt aangevuld, leidt het verminderde plasmavolume, tot een daling in de doorbloeding van de huid, waardoor de lichaamstemperatuur verder kan gaan stijgen. Boven de kritische waarde 39.5 leidt dit tot een sterk vermoeidheidsgevoel en brengt de sporter er meestal toe, de inspanning te stoppen. Als de uitgangswaarde al verhoogd was bij aanvang van de inspanning, zal dit moment eerder plaats vinden. Dit is een reden de warming-up tijdens warm, vochtig weer korter, minder intensief en in schaduwrijke omgeving uit te voeren. Idealiter drinkt men grotere volumes, 200 ml elke 20 minuten, met snel opneembare koolhydraten ("dorstlessers"), 40 tot 60 gram per uur, aangevuld met keukenzout, 2 g/l. Als men onvoldoende drinkt en veel zweet, kunnen er door het zoutverlies spierkrampen ontstaan in de kuiten; ook buikkrampen kunnen zich voordoen. Even afstappen, wat drinken en dan verdwijnt dat meestal wel weer. Overigens voorkomt het gebruik van "zouttabletten" deze krampen door zoutverlies niet. Wel is het zinvol 1 theelepel zout in de bidon te doen bij warm weer. Als deze krampen echter gepaard gaan met sterke transpiratie in het gelaat, met misselijkheid, duizeligheid en snelle ademhaling duidt dit op het begin van een zonnesteek, ook wel warmtebevanging, of heat-illness geheten. Hoewel het tijdens sporten niet ongebruikelijk is dat de lichaamstemperatuur oploopt tot soms 39 graden Celsius, leidt dit bij een warmtebevanging tot problemen in de doorbloeding van de grote vaten. Je wordt daarbij duizelig of gaat zelfs onderuit. In dat geval moet een koele plek gezocht worden om in alle rust kleine slokjes water te drinken en het hoofd en de nek af te koelen met vochtige doeken. Aangewezen is daarbij een liggende houding met de benen omhoog. Bij de warmteberoerte is de temperatuur 41 graden C of hoger en het bewustzijn is gestoord. De sterftekans bedraagt 50 %. In het bijzonder kwam deze aandoening vroeger voor bij dienstplichtigen op oefening onder vochtige, warme klimatologische omstandigheden. Het komt ook vaker voor bij ouderen tijdens een hittegolf. Het is een van de belangrijkste doodsoorzaken tijdens sporten. De kenmerken zijn verder stuipen, een droge warme huid, een snelle pols, een lage bloeddruk en hyperventilatie. Evenals bij de hyperthermie dient de behandeling te bestaan uit afkoelen met natte doeken en verplaatsen naar de schaduw. Indien mogelijk een infuus en met spoedtransport naar een ziekenhuis. De risico's op een dergelijke calamiteit ontstaan m.n. op een windstille bloedhete dag bij een hoge vochtigheidsgraad. Men dient dan na eerst flink gedronken te hebben, te gaan sporten, in het begin de intensiteit te beperken en de duur te limiteren. Als kritische grens geldt een temperatuur tussen 41.6 en 42.0 graden C. Sportbeoefening ten tijde van een milde (luchtweg) infectie vormt ook een risico en kan leiden tot sterke temperatuurstijging. In het verleden is wel eens gewezen op de risico's van het gebruik van sauna na intensieve sportbeoefening. Anderzijds moeten de waarschuwingen voor een dergelijk risico bij een verder gezonde persoon niet overdreven te worden. De gevolgen voor het verlies aan water, mineralen en spoorelementen door de combinatie sauna en duurinspanning kunnen echter aanzienlijk zijn.

Schimmelinfecties komen bij sportenden vaak voor. Herhaald intensief trainen kan de algemene afweer verlagen en daardoor de toegankelijkheid voor schimmelinfecties vergroten. De met de inspanning gepaard gaande sterke transpiratie leidt tot een rijkelijk met vocht doorweekte hoornlaag en daardoor tot een verlaagde lokale afweer. Schimmels zijn n.l. erg gesteld op de consumptie van verhoornd weefsel. Persoonlijke hygiëne, huisdieren en kleding kunnen meespelen. Het begrip ringworm als benaming voor sommige schimmelinfecties is ingeburgerd, maar de aandoening heeft dus niets te maken met "wormen". Behandeling is goed mogelijk met b.v. Daktacort crème. Het gebruik van scherpe zeep dient vermeden te worden. In aanmerking komen pH 5 Eucerine zeep, Sebamed en Sporexzeep. Aan de voet komen ook schimmelsinfecties voor. Dit is i.t.t. wat er vaak van gedacht wordt, nauwelijks overdraagbaar naar anderen. Soms zijn ook de nagels betrokken bij de infectie

Langdurige frequente zonne-expositie leidt tot het typische gebruinde, verweerde gezicht met sproeten, rimpels, en droogheid en een verhoogd risico op huidkanker. De boodschap van matiging in UVB-blootstelling is nu algemeen bekend. De zonnebanken vormen door hun UVA-bron nauwelijks een risico. Een verhoogde blootstelling aan de zon tijdens de jeugd, vergroot het aantal moedervlekken en dit verhoogt de kans op het melanoom, een zeer agressieve kankervorm, waar je aan dood kan gaan. De kans op basaalcelkanker, een niet ernstige vorm van kanker, voor het 75e jaar is in Nederland 1 op 20, in het zonnige Australië 2 op 3! De kans op een melanoom voor het 75e jaar is in Nederland 1 op 100, in Australië 1 op 60. De laatste jaren heeft zich in Nederland het aantal melanomen na een sterke stijging, gestabiliseerd tot 1600 per jaar. Per jaar gaan 400 mensen dood aan het melanoom. Een buitensporter, die regelmatig in de felle zon verkeert, doet er daarom verstandig aan crèmes met zonbeschermende factor te gebruiken of met benen en armen bekleed te sporten.

Advertentie